KAMPERFOELIE

HET RIJK VAN DE KAMPERFOELIE

Even ten oosten van Nijmegen begint een bosgebied dat vroeger zich tot bijna het huidige Roergebied uitstrekte. Het huidige Reichswald of beter gezegd Rijkswoud is slechts een klein gedeelte dat nu nog rest van het machtige koningsdomein dat zich in de Karolingische tijd uitstrekte van voor Xanten tot Nijmegen. De hogere gedeelten heten nu nog Hochwald, terwijl het deel tussen Wyler en Groesbeek de naam Nederrijkswoud draagt. In de tiende eeuw heette dit gebied het Ketele-woud. De bewoners van de dorpen rond dit woud hadden het recht om hun vee (ketel = vee in het Indogermaans, vergelijkbaar met het huidige Engelse woord Cattle) in dit bosgebied te weiden. De Duitse keizers hielden rond 1000 na Christus regelmatig jachtpartijen vanuit Nijmegen in dit woud. Later kwam het in het bezit van de graven van Gelder, die het uiteindelijk doorverkochten aan de Kleefse vorsten. Tot de negentiende eeuw blijft het Nederlands de voertaal in deze streek. Vanaf 1828 wordt het onderwijs niet meer in het Nederlands gegeven. Zodat na 1870 de generatie die perfect Nederlands kon spreken en schrijven hier begon uit te sterven.

Zo ontstond een gebied dat wel bij Duitsland hoorde, maar nog steeds niet helemaal Duits is geworden. Een grensgebied vol historie, waar stille wouden ons tot een bezoek verlokken.

Even boven Goch begint bij Asperden het huidige Reichswald. Vanaf de Aspermühle kunnen wij langs de rivier de Niers een pad volgen in de richting van Kranenburg en Nijmegen.

Daar hadden de Romeinen tegen de hellingen naast de Niers een kamp gebouwd. Een kamp voor hulptroepen genaamd Calo. Een veilige plek om een reserve achter de hand te hebben tegen de invallende in de ogen van Rome ongeciviliseerde Germanen.

Volgen wij door dit gebied het ‘dikke monnikendal’, dan komen wij in een bosgebied, waar vroeger monniken een kluizenaarsbestaan zochten. Dat zij hun kluizenaarsverblijf bijna nooit meer verlieten, verbaast ons eigenlijk niet. Zo kwamen wij op onze speurtocht door dit gebied door een bosperceel. Moe van het lopen gingen wij op een rand met gras en varens zitten. Opeens werden wij ons bewust, hoe stil het hier was. Het mos, de varens en de vele kruiden geurden zachtjes, maar hierboven uit werden wij in een zoete geurwolk gevangen. Toen pas vielen ons de kamperfoeliebloemen op. Bijna elke boom was verpakt in kluwens kronkelende takken. Zoveel betoverde stokoude struiken bij elkaar hadden wij nog nooit gezien. De krachten van de vele planten dansten om ons heen. Wij zagen elfen in cirkels luchtig dansen en ook wij werden meegezogen in de klankloze geurmuziek.

Die avond hadden wij in onze kampeerauto een bosje kamperfoelie bloemen staan. Maar als je ons toen de vraag had gesteld of wij geloofden dat elfen bestaan, hadden wij overtuigd ja geantwoord.

Misschien is dat wel de reden, dat wij tot nu toe nooit meer dat bos zijn ingetrokken. 

   

KASTANJE, TAMME

Tamme Kastanje

Bomen van elders

Tamme Kastanje      Castanea Sativa

Sweet Chestnut(eng)    Châtaignier(fr)

BACH 30- (moedeloosheid en wanhoop) uiterste wanhoop, diepe neerslachtigheid, gebroken hart, zwart gat, geen uitweg meer zien.

De tamme kastanje kan in een niet te dicht begroeid bosgebied en in parken of tuinen wel 30 meter hoog worden, met een zware stam met een omtrek van 9 tot 12 meter. Naarmate hij hoger wordt, begint de dikke, grijsbruine bast met zijn diepe groeven in prachtige spiralen om de stam te groeien. De weeïg-geurende, lichtgele, katjesachtige bloemen komen uit na de bladeren, van juni tot augustus. De vruchten rijpen in één seizoen. De tamme kastanje is inheems in zuid europa, noord afrika en klein azië.

KERS, ZOETE

Zoete Kers
INHEEMSE SOORTEN
oorspronkelijke variëteit – vrij zeldzaam

zoete kers of Kriek Prunus avium Cherry(eng) Cerisier(fr)


De Zoete kers ( prunus avium) is verwant aan de kerspruim/Prunus cerasifera. De kerspruim is een kleine doornloze boom, inheems in de Balkan, van max. 6 tot 8 meter. De bloesems zijn zuiver wit, iets groter dan die van de Sleedoorn (prunus spinosa), waarmee de kers soms verward wordt. Voortkomend als heggestruik en in houtwallen. Bloeit van eind februari tot begin april.
De zoete kers of kriek is een bladverliezende boom en inheems in Europa. De vruchten zijn vaak bitter, maar het is een van de voorouders van de meeste gekweekte kersen in Europa. Het hout is roodachtig bruin met een zeer recht vezelverloop. Het wordt gebruikt in de meubelindustrie en voor voorwerpen, die een recht boorgat vereisen, zoals pijpen en muziekinstrumenten. De boom is te vinden in heggen en bosjes. hoogte tot 18 meter. Bloemen wit, ontluikend half april, elke bloem 2,5 cm., in trossen op de scheut van het voorafgaande jaar. Vruchten 2 cm. doorsnede. Zij kunnen donkerrood maar ook licht van kleur zijn, de smaak varieert ook van bitter tot zoet. De bladeren met stelen aan de voorzijde rood en achterzijde geel, verkleuren in de herfst tot geel of rood.
De bast is roodachtig bruin en duidelijk getekend door lenticellen in horizontale lijnen en onderbroken door grote barsten.
In een pastorietuin in Noorddijk staat een zoet kers van 17 meter, met een omvang van 410 cm, welke rond 1885 gepland is.
Tot voor kort werd getwijfeld aan de oorspronkelijkheid van de zoet kers, maar in Oost Nederland en Zuid Limburg hoort hij zeker thuis. Vanwege het uitstekende hout komt de zoet kers in de bosbouw wat meer in de belangstelling.

KERS, GEKWEEKTE FRUITSOORT

KLIMOP

Hoog opklimmend

Zonder af te klemmen

Zonder te verstikken

Kan je omhoog komen

Totdat je boven alles uitstijgt

En uit kan kijken op

Een leven in kleine stapjes

Tot aan de hemel

Vanuit de aarde

En Zelfs als de anderen gestorven zijn

Zal ik er nog zijn

KLIMOP

De spiraal van het zelf, de zoektocht naar het zelf.

Klimop HEDERA HELIX Lierre(fr)

De klimop is een overblijvende, algemene klimplant met houtige stengels. In bossen met vochtige, vruchtbare bodem tot 12 meter hoog in de bomen; ook op de grond kruipend in bossen en houtwallen op wat armere grond. 

Bloeitijd september tot december, trekken veel insekten. Vruchten zwart in trossen, werden vroeger aanbevolen ter genezing van reuma. De vruchten ontwikkelen zich vanaf november en zijn rond het eind van het jaar rijp.

KORNOELJE – GELE

kornoelje-in-bloei

Het is een oorspronkelijke in het oosten en zuidoosten van Nederland inheemse plant.

In landen als Rusland , Oostenrijk en de Balkan-landen wordt gele kornoelje  = Cornus Mas voor eigen gebruik vaak aangeplant. In het wild groeit de gele Kornoelje langs bosranden, in rivierbossen, op stenige hellingen en in struwelen. De bomen kunnen wel 100 jaar oud worden en kunnen wel 6 meter hoog worden.

De bessen van Gele Kornoelje

Gele Kornoelje geeft voor ons eetbare bessen, ze rijpen onregelmatig af en zijn eigenlijk pas rijp als ze van de boom of struik vallen. Dan worden ze snel door vogels en kleine dieren opgegeten.

Voor aanplant, gebruik en recepten, klikt men naar natuur-keuken.nl

Wil je meer weten over Gele kornoelje in onze natuur, kan men naar wilde-planten.nl doorklikken.

RODE KORNOELJE

Hier groeit ook vaak de Rode Kornoelje, maar verwisselen met de gele kornoelje ligt niet voor de hand. De rode takken en de in de herfst rijpe bijna zwarte vruchten van de Rode Kornoelje verwissel je niet gauw.

De zwarte bessen moet je niet eten, want die zijn misschien wel giftig, maar zeker oneetbaar.