HOGE HULSTBOMEN in het REICHSWALD

Een Romeinse weg loopt langs de Rijn omhoog om uiteindelijk vanuit Keulen bij Nijmegen in ons lage land te komen. Deze nu voor toeristische fietsers populaire route was al eeuwen een belangrijke handelsroute, die de landen aan de Noordzee met centraal Europa verbindt.

Langs deze weg (‘limes’-route = ‘grens’-route: zover is de Romeinse expansie tot in het Noorden gekomen ) vindt men vele herinneringen aan die Romeinse tijd.

Ook voor andere cultuurperiodes was de Rijn bepalend. Zo zijn daarnaast langs de Rijn ook de resten van de aanwezigheid van bewoners uit alle tijden te vinden.

Even ten Noorden van Xanten (in de Romeinse tijd de Noordelijkste stad met vergelijkbare rechten als Rome) ligt ten midden van akkers en weiden een verheven bosgebied aan de Via Romana.  Als een rots rijst het woud hier op uit het landschap.

Mariabaum heet het dorp ernaast gelegen.  Reden temeer om dit oude heilige woud te bezoeken. Omdat dit bos zo boven het omliggende landschap uitsteekt, is de heuvel

steeds weer als verdedigingsbolwerk gebruikt. Net aan de rand van het bos vindt men nog de verdedigingswallen en greppels, die hier zijn gegraven om zich nog beter tegen mogelijke aanvallers te weren. Net zoals vaak bij andere ‘Rijkswouden’ in Duitsland, heeft de liniaal de huidige paden en wegen bepaald.

Toch blijft het mogelijk via veel oudere paden het bosgebied te onderzoeken. Misschien moet je bij de oude koepelgraven beginnen. Net zoals op andere oude kenmerkende plekken liggen hier deze grafheuvels in groepjes van drie aan de rand van het bos.

Zoals altijd plekken vol mystiek. Wij kunnen hier altijd gemakkelijk contact maken met voorvaders en andere voorlopers. Ga rustig bij of middenop z’n koepelgraf zitten of liggen. Richt je blijk op de horizon of een langsvliegende vogel en laat je daarvanuit wegleiden op een reis op weg naar de andere werkelijkheid. Meestal zoeken wij achteraf met ons hoofd vol beelden  een grote eik of grove den op. Zeker als het niet bewolkt is, wordt je rustig tegen de boom aangezeten weer geladen met pure zonnekracht.

Voor ons nodig om de waarnemingen in ons gewone leven een juiste plaats te geven.

Dit is een ideale voorbereiding om tot het hart van het ‘Hochwald’ te gaan.

Een bos vol grote bomen: berken, eiken, beuken, geurende sparren, bijna even grote lijsterbessen en hier en daar een oude taxusboom. En dan duizenden kruiden en varens, een waar paradijs voor herten en andere wilde dieren.

Wij blijken weer eens van de route te zijn afgeraakt. We staan bij een hoog hek, vol met waarschuwingen voor gevaar en verboden om te fotograferen. Op een toren gelegen tussen zoemende barakken ligt een zilveren bal.

Vanuit het duister van het bos lijkt deze te vliegen op de zonnestralen. Even gaat de bol ratelend open en zien wij een enorme sterrenschotel zich richten op signalen uit het universum.

Ook wij richten ons op onze werkelijkheid boven ons. Zo worden wij weggeleid om even later gevangen te worden door de glinstering van regendruppels op hulstbladeren gevangen. De schittering van het water, met het diepgroen van het blad neemt ons mee naar het oerzijn van dit woud. Wij staan temidden van alleen maar hulstbomen. Niet van de kleintjes of zoals vaak in Nederland van maximaal 3 meter hoog.

Nee, echte hulstbomen misschien sommige wel tien meter hoog. De dikte van de stammen verraad de hoogte van deze bomen niet echt. Als je weet dat een Hulst gemiddeld 5 cm. per jaar groeit, is een grotere hulstboom al een omweg waard.

Dit hulstbos trilt van het hoge energieniveau. Deze bomen staan hier al vele jaren hun best te doen om te overleven in de strijd van het leven. En dat is ook de boodschap die helder bij ons achterblijft, na er in geslaagd te zijn een hulstboom met communicatiebereidheid te hebben gevonden.

‘… het is niet belangrijk je zin te krijgen, nee wat telt is dat je voor alles vecht, je inzet in elke situatie, om zo het beste wat in je is naar boven te halen, het beste wat voor jou mogelijk is gezien de situatie en de omstandigheden. Ga er altijd voor…..’ 

HULST

Geslacht  Ilex   Familie  Aquifoliaccae

Meestal groenblijvende bomen en struiken. Kenmerkend is de diepe was-glans, de kleur en de vorm van de bladeren. Blad is meestal stekelig en gegolfd en getand, eindigend in een doorn. Aan een plant soms sterk wisselend in vorm. Leerachtig, aan de bovenzijde donkergroen, onderzijde lichter groen.  Manlijke en vrouwelijke bloemen, klein, kort gesteeld in schijntrossen, witte sterretjes, zacht geurend, op afzonderlijke bomen. Vruchten giftig, bestaande uit één of meer zaden met een vlezige bedekking, meestal fel scharlakenrood van kleur.

HULST      BOTANISCH

Hulst is een inheemse soort, de oorspronkelijke variëteit komt nog vrij zeldzaam voor.

  • ILEX Aquifolium                                

Hulst is een groenblijvende boom of struik met glanzende donkergroene bladeren met prikkels en rode bessen. Inheems in West Azië en Europa. Hoogte meestal tot 10 meter, soms veel groter tot wel 25 meter. Komt voor in bossen, hagen en in kreupelhout. Bloemen klein en wit, vaak met een beetje paars. Hulst bloeit van mei tot augustus. De bessen zijn helder rood en blijven de hele winter aan de struik. De bessen zijn pas in het najaar rijp.

De hoogste hulst in ons land staat in Zelhem (Gelderland) en is 18 meter hoog. Aan de dorpsstraat in Havelte (Drenthe) staat een hulst geplant tussen 1700 en 1750, met een omvang van 4 meter.

Nuttig gebruik van Hulst

Het hout was vroeger zeer gewild voor schaakstukken, inlegwerk en houtgravures. Omdat het hout hard en fijnvezelig is wordt het nog steeds gebruikt voor o.a.: houtdraaierij, bij inlegwerk en voor gravures.

IEP, GLADDE of te wel OLM

INHEEMSE SOORTEN

variëteit, zeldzaam tot zeer zeldzaam

gladde iep/veld-iep (olm)   Ulmus Procera                                                       

ook Ulmus Carpimifolia

elm(eng) orme(fr)

s.g.

BACH 11 -(moedeloosheid en wanhoop) tijdelijk overstelpt door oververantwoordelijkheid en gevoel van ontoereikendheid.

Ulmus Procera. De iep: hoewel de verwoestingen van de iepziekte aan de meeste volwassen bomen een eind hebben gemaakt, lijken veel jonge bomen goed te gedijen. Iep-bloesems zijn klein en rood-achtig bruin. Ze komen in trossen uit in februari en maart, voordat de bladeren zich ontvouwen. De bloemen als bij de Ulmus Glabra, maar dan iets kleiner, met het zaad dichter bij de top.

De grootste veldiep staat in Nederland in het Westerpark in Amsterdam (hoogte 29m.)

De olm brengt rijkelijk wortelscheuten voort, waarmee hij zich kan vermeerderen.

De olm of iep is bij uitstek een Hollandse boom en hoort helemaal bij het rivier- en polder-landschap. Het is de beeld-bepalendste boom van de Amsterdamse Grachten. Al in de 16e eeuw werd de iep al geteeld en verhandeld. Door de iepziekte nemen de grote volwassen bomen echter sterk in aantal af. De iep wordt ook als hakhoutcultuur benut.

Iepehout is gewoonlijk van hoge kwaliteit. de fraaie gevlekte tekening wordt gewaardeerd. Vaak gebruikt voor (kerk-)meubelen, maar ook voor draaiwerk en doodkisten. Iepewortel levert mooie fineer. Omdat het hout niet rot wordt het ook gebruikt voor delen van boten (de kiel), dokken en dukdalven. Vroeger werd het hout veel voor karrewielen gebruikt. Iepebast was een grondstof voor touwfabricage. de slijmerige substantie in de bast wordt voor medisch gebruik benut. Iepeloof was en is als veevoer een waardevol produkt.

IEP, RUWE

INHEEMSE SOORTEN

variëteit, zeldzaam tot zeer zeldzaam

ruwe iep/berg-iep   ULMUS GLABRA orme(FR)

De berg-iep Ulmus Glabra is inheems in Europa. Hoogte tot 40 meter. Bloemen in bundels ( maart ) ong. 1 cm. lang. Vruchten plat en groen, ongeveer 2,5 cm. groot, rijpend tot bleekbruin en afvallend in juli.

In Tiel staat een exemplaar van 27m. hoog en een omvang van 543 cm.

Het hout van deze iep is net zo bruikbaar als van de gewone iep of olm.

HET IS NIET ALTIJD EEN JASMIJN, WAT WE JASMIJN NOEMEN.

Geurende bloemen aan struiken van elders.

ZOMERJASMIJN of ECHTE JASMIJN

“BRUIDSTRANEN” werden traditioneel ook in een bruidsboeket verwerkt

Jasminum officinale , gewone jasmijn of gewone witte jasmijn of zomerjasmijn is een klimplant met sterk geurende witte bloemen. Vroeger werd de plant hier ook Bruidstranen genoemd. Het hoort bij de olijvenfamilie. De kronkelend groeiende plant komt van oorsprong uit Noord-Iran, Afghanistan, de Kaukasus en Himalaya, Pakistan, India, Nepal en West-China. De Zomerjasmijn bloeit hier in de zomer tot in september met kleine stervormige , sterk geurende witte bloemetjes in trosjes van maximaal 5 stuks. Daarna vormen zich kleine zwarte besjes.  De plant is hier eigenlijk niet echt winterhard. Daarom hoorde het vroeger tot de klassieke kamerplanten.

De bloemetjes zijn eetbaar, maar worden bij sterke verhitting bitter. Dus worden vooral rauw gebruikt in salades, desserts en op taarten. En als geurende garnituur bij hartige gerechten. Als thee worden ze overgoten met water dat net van de kook af is en geeft dat een thee met een honingachtige smaak. Vroeger vaak medisch voorgeschreven bij depressie. Het werkt zeker ontspannend. In China worden gedroogde jasmijnbloemblaadjes aan thee toegevoegd, om die geuriger te maken.

Jasmijn thee van Simon Levelt

De Gewone Jasmijn bevat in de jonge scheuten en knopen Jasmijn olie. Dit is een Etherische olie, die 65% Benzylacetaat, 15% Linalolie,7,5 % Linalacetaat, 6% Benzylolkohol, 3 % Indol en circa 0,5% Antranilzuur-methylester bevat. Het wordt als geurstof voor onder ander parfum gebruikt.

Tekening Echte Jasmijn

WINTERJASMIJN

Bloeiende winterjasmijn

De Naaktbloeiende Jasmijn of Winterjasmijn = Jasminum Nudiflorum is vaak een gevel-bedekkende struik met licht groene takjes die als het niet vriest in de winter overdekt is met kleine gele bloempjes. Deze plant komt van oorsprong uit China. De winterjasmijn moet wel beschut van de wind gepoot te worden. Om hem in model te houden snoeien velen deze plant elk voorjaar na de winterbloei in, waarbij vaak de plant tot maar drie uitlopers wordt teruggesnoeid. Tegen een muur is de plant met een raamwerk goed te leiden. Door bijen wordt de plant eigenlijk nooit bezocht.

BOERENJASMIJN

BOERENJASMIJN bloeiend in trosjes geuerende witte bloemen

De Geurende of Boerenjasmijn = Philadelphus Coronarius hoort niet bij dezelfde familie. Dit is een struik tot 300 cm hoog met sterk geurende witte bloemen in mei/juni. Van de Philadelphus zijn vele hybride geteeld, die men hier in vele tuinen aantreft. In Duitsland heet deze plant Valse Jasmijn, waarvan de bloemen voor een homeopathisch middel wordt gebruikt. De bloemen van de boerenjasmijn zijn giftig voor katten. Maar voor bijen, wilde bijen en hommels is het een ideale drachtplant.

Het geslacht Philadelphus omvat in totaal ruim twintig zomergroene struiken. Ze komen in rotsachtige bergregio’s van Oost-Europa tot in de Himalaya, in Oost-Azië. Maar er groeien ook soorten in Amerika. Ze horen tot de familie van de hortensia’s (hydrangeaceae). De boerenjasmijn groeit oorspronkelijk in de Kaukasus en in Zuidoost-Europa.

BOERENJASMIJN

De boerenjasmijn groeit binnen enkele jaren uit tot een ongeveer 3 meter hoge en net zo brede struik. Hoe ouder de boerenjasmijn wordt, hoe breder deze wordt. De lichtbruine tot grijze-groene takken buigen ver naar de zijkant door. De matgroene bladeren zijn eivormig, tot 10 cm lang en hebben een gezaagde rand. Aan de takken zitten ze in paren tegen over elkaar. De herfstkleur is geel. De plant bloeit in mei met sterk geurende trossen vol witte bloemen. Deze zitten aan het einde van de takken bij elkaar. Kenmerkend zijn 4 witte kroonbladeren, markante stuifmeeldraden en de sterke geur, die op de jasmijn lijkt. Door de dag heen wordt de geur steeds sterker.

JENEVERBES een oude inlandse naaldboom

jeneverbessen-in-de-natuur

JENEVERBES ( Juniperus Communis) is een karakteristieke boom of struik, die wel tot 6 meter hoog kan uitgroeien. Het hoort bij de familie van de Cipressen. Goede leefomstandigheden voor jeneverbes-planten worden in de Lage Landen steeds moeizamer te realiseren. Met als gevolg dat er steeds minder jeneverbessen in de het wild te vinden zijn. Daarnaast is in het verleden ook behoorlijk stom met de bescherming van deze bijzondere inlandse planten omgegaan.Door er hekken om heen te zetten, werd het voor schapen onmogelijk om langs de struiken te lopen.  Daardoor bleven er geen rijpe bessen meer aan hun wol hangen en konden de schapen deze plant niet meer verspreiden. Daarbij speelt mee dat de rijpe vruchten maar een vrij korte periode kunnen kiemen. Zowel in België als in Nederland is jeneverbes beschermd en staat ook op de Rode lijst als gevoelig en sterk afgenomen.

jeneverbes-plant

Groeit van nature bij zandverstuivingen en op heidegebieden. Houdt van licht zure tot zure grond.

bloem-mann-jneverbes

De meer zuidelijk groeiende jeneverbessen zijn aromatischer.  De donkere tweejarige bessen bevatten de meeste smaak en daaruit kan jeneverbesolie gewonnen worden.

bessen-jenever

Jeneverbes kent mannelijke en vrouwelijke planten. Alleen de vrouwelijke planten dragen bes, maar de bloemen van de vrouwelijke planten, moeten wel door de mannelijk bloemen bevrucht worden.  Door de wind wordt het mannelijke zaad verplaatst. De jeneverbessen bloeien met kleine groene bloemetjes in mei en juni, ze zitten aan de basis van de naalden. Jeneverbes kent wintergroene stijve naalden en die stekelig in clusters van drie aan de takken zitten.De groene kegelachtige vruchten groeien uit in de herfst en verkleuren in de loop van het volgende jaar van blauw tot bijna zwart. De verse bessen zijn eetbaar, maar vooral de al aan de struik gedroogde donkere bessen worden door mensen verzameld.

JUDASBOOM

Een boom uit het Middellandse zee bekken, de Krim en de randen van Azië. Hier al langere tijd als sierboom aangeplant.

De JUDASBOOM = Cercis Siliquastrum is een breedgroeiende, bladverliezende boom of struik (2 tot 7 meter), die maar langzaam groeit en in het voorjaar (april, mei) voordat het blad verschijnt uitbundig bloeit met trosjes violette of roze vlinderbloemige bloemen.  Omdat de boom een penwortel vormt is het niet raadzaam (en haalbaar) de boom op oudere leeftijd te herplanten.

Heeft een zonnige, warme plantplek nodig met bij voorkeur een licht, maar kalkrijke bodem. Kan zeker als jonge boom niet tegen erg stevige langdurige vorst.  Is geschikt om op een zuidmuur als gevelplant te leiden. Niet planten tussen bestrating, heeft een brede boomcirkel met bodem begroeiing nodig. Kan goed tegen droogte en kan dankzij de lange penwortel diep uit de grond water halen. Het is een vlinderbloemige plant en leeft net als de meeste soorten vlinderbloemigen in mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën.

EETBAAR

De bloesem bevat Flavonoïden als Myricetin-3-Rhamnoside. Bloesem en peulen eetbaar. Bloemknoppen worden als kappertjes ingelegd.

KAMPERFOELIE

HET RIJK VAN DE KAMPERFOELIE

Even ten oosten van Nijmegen begint een bosgebied dat vroeger zich tot bijna het huidige Roergebied uitstrekte. Het huidige Reichswald of beter gezegd Rijkswoud is slechts een klein gedeelte dat nu nog rest van het machtige koningsdomein dat zich in de Karolingische tijd uitstrekte van voor Xanten tot Nijmegen. De hogere gedeelten heten nu nog Hochwald, terwijl het deel tussen Wyler en Groesbeek de naam Nederrijkswoud draagt. In de tiende eeuw heette dit gebied het Ketele-woud. De bewoners van de dorpen rond dit woud hadden het recht om hun vee (ketel = vee in het Indogermaans, vergelijkbaar met het huidige Engelse woord Cattle) in dit bosgebied te weiden. De Duitse keizers hielden rond 1000 na Christus regelmatig jachtpartijen vanuit Nijmegen in dit woud. Later kwam het in het bezit van de graven van Gelder, die het uiteindelijk doorverkochten aan de Kleefse vorsten. Tot de negentiende eeuw blijft het Nederlands de voertaal in deze streek. Vanaf 1828 wordt het onderwijs niet meer in het Nederlands gegeven. Zodat na 1870 de generatie die perfect Nederlands kon spreken en schrijven hier begon uit te sterven.

Zo ontstond een gebied dat wel bij Duitsland hoorde, maar nog steeds niet helemaal Duits is geworden. Een grensgebied vol historie, waar stille wouden ons tot een bezoek verlokken.

Even boven Goch begint bij Asperden het huidige Reichswald. Vanaf de Aspermühle kunnen wij langs de rivier de Niers een pad volgen in de richting van Kranenburg en Nijmegen.

Daar hadden de Romeinen tegen de hellingen naast de Niers een kamp gebouwd. Een kamp voor hulptroepen genaamd Calo. Een veilige plek om een reserve achter de hand te hebben tegen de invallende in de ogen van Rome ongeciviliseerde Germanen.

Volgen wij door dit gebied het ‘dikke monnikendal’, dan komen wij in een bosgebied, waar vroeger monniken een kluizenaarsbestaan zochten. Dat zij hun kluizenaarsverblijf bijna nooit meer verlieten, verbaast ons eigenlijk niet. Zo kwamen wij op onze speurtocht door dit gebied door een bosperceel. Moe van het lopen gingen wij op een rand met gras en varens zitten. Opeens werden wij ons bewust, hoe stil het hier was. Het mos, de varens en de vele kruiden geurden zachtjes, maar hierboven uit werden wij in een zoete geurwolk gevangen. Toen pas vielen ons de kamperfoeliebloemen op. Bijna elke boom was verpakt in kluwens kronkelende takken. Zoveel betoverde stokoude struiken bij elkaar hadden wij nog nooit gezien. De krachten van de vele planten dansten om ons heen. Wij zagen elfen in cirkels luchtig dansen en ook wij werden meegezogen in de klankloze geurmuziek.

Die avond hadden wij in onze kampeerauto een bosje kamperfoelie bloemen staan. Maar als je ons toen de vraag had gesteld of wij geloofden dat elfen bestaan, hadden wij overtuigd ja geantwoord.

Misschien is dat wel de reden, dat wij tot nu toe nooit meer dat bos zijn ingetrokken. 

   

KARDINAALSMUTS

Liefelijkheid en vreugde, plotseling begrip.

Kardinaalsmuts        Evonumus Europaeus        

Spindle(eng)   

Kardinaalsmuts is een inheemse, algemene boom. Groeit vooral in bosranden, houtwallen, heggen en dan vooral op kalkrijke gronden als bijvoorbeeld rivier- en zeeduinen. Kan tot 8 meter hoog worden, vaak in struikvorm. Opvallend is het purperrode herfstblad, maar vooral de (giftige)vruchten, die eerst groen later rood-roze in de vorm van een kardinaalsmuts met later uitpuilende fel oranje zaadrokken.

Hout is hard, gebruikt voor vleespennen en spoelen.

Bes is giftig, werkt zeer laxerend.