ZONDER ROOS en LIEFDE wordt het best saai

Bedwelmd door de geur van een rode roos verklaren we onze liefde. Toch zijn er rozen die we beter niet kunnen aanplanten of in stand houden.

INVASIEVE PLANTEN tasten onze bio-diversiteit echt aan.

De RIMPELROOS (Rosa Rugosa) die soms ook Bottelroos wordt genoemd komt oorspronkelijk uit NO China, Japan, Korea en ZO Siberie. In de oorsprong-landen groeit deze roos langs de kust en in de duinen. Deze rozensoort wordt hier nog steeds vaak in stedelijke omgeving aangeplant, maar in het duingebied verwilderd bedreigt het vele oorspronkelijke planten, dieren en insecten. Het is echt een invasieve plante die juist door een stevige uitgroei van zijn (ondergrondse)wortels de groei van andere planten onmogelijk maakt. Natuurlijk bloeit deze roos prachtig en vormt heel eetbare grote rozenbottels. Maar dat doen oorspronkelijke rozensoorten van hier ook. Dus als je wilde rozen aanplant gebruik dan Hondsrozen en Egelantier, die zich niet invasief gedragen.

RIMPELROOS Foto Klaas Dijkstra

Meer informatie over de Rimpelroos en zijn verspreiding in Belgie en Nederland op wilde-planten.nl

Trouwens er zijn vele oorspronkelijke rozensoorten die soms zelfs hier zeldzaam zijn geworden. We beschrijven niet alle rozensoorten, die we hier kunnen vinden, want daarover kan je een apart boek uitgeven.

De BOSROOS (Rosa Arvensis) die we in Zuid Limburg soms vinden, verder vrij zeldzaam in open plekken in bosgebieden. Deze roos heeft veel mooie witte bloemen.

Wit bloeiende bosroos

De HEGGENROOS (Rosa Corymbifere) doet het goed in bosranden en heggen in kalkrijke grond (leem). Toch vrij zeldzaam in Belgie alleen vaker in de Leemstreek en in Zuidelijk Limburg in Nederland. Kruist zich wel met de bosroos en hondsroos.

De KALE STRUWEELROOS (Rosa Dumalis of Vosagiaca) werd vroeger vaak als ondersoort van de Hondsroos gezien. Beide soorten kunnen zich ook onderling inkruisen.

De bloemen van de Kale Struwwelroos lijken erg op Hondsrozen

Meer informatie op wilde-planten.nl

De DUINROOS (Rosa Spinossima) geeft struikjes tot 1 meter hoog met in mei-juni herkenbaar simpele iets afwijkende bloemen, die meestal wit, maar soms ook lichtroze kunnen zijn. De bottels zijn erg klein.

Meer weten kijk op wilde-planten.nl

De VILTROOS (Rosa Villosa of Tomentosa) Deze roos komt zeldzaam voor in ons land en dan vooral in Zeeuws Vlaanderen en Zuid Limburg verder hier en daar.

VILTROOS Rosa Villosa

Meer informatie op wilde-planten.nl

En de eerder genoemde HONDSROOS (Rosa Canina)

Maar ook de EGELANTIER (Rosa Rubiginosa)

In kruidentuinen bij vele kloosters werd ook vaak de APOTHEKERSROOS (Rosa Gallica) geteeld om er medische olie maar ook geurolie van te maken. Deze roos komt uit West Azie, maar ook uit Midden en Zuid Europa.

ROOS GELDERSE

De Gelderse Roos (Viburnum Opulus) is naaste familie van de Wollige Sneeuwbal. Het is een alochtone houtige plant, die veel hoger uitgroeid dan de Sneeuwbal.

De bloemen zijn kenmerkend ook wit en staan in schermen

Zie verder bij Gelderse ROOS

SERING

De Gewone Sering (Syringa Vulgaris) is een plant uit de olijffamilie, die al in de 16e eeuw hier als sierplant voor tuinen bij buitenhuizen en kastelen uit Zuid Oost Europa is ingevoerd.

Komt plaatselijk hier redelijk vaak voor, vooral in de duinstreek. Pas tussen 1950 en midden jaren zeventig van de vorige eeuw hier ingeburgerd

Het is een bladverliezende struik of boom tot wel 5 meter hoog. De sering bloeit in mei/juni op tweejarig hout in bloemtuilen die paarsachtig tot bijna wit kunnen zijn. Seringenbloemen ruiken erg lekker.

MEDISCH

De bloemen bevatten Syringine, bitterstoffen als Syringopicroside, Syringopicrine en Etherische olie als Farnesol

Het werd als tonikum gebruikt en bij koorts.

De seringenvlinder of seringen-steltmot gebruikt de sering als waardplant, maar ook de wilde liguster, de vlier, de kamperfoelie en de es zijn geschikte waardplanten voor deze vlinder.

Meer informatie op de site van wilde-planten.nl

GASPELDOORN

Stekelbrem/Gaspeldoorn    ULEX EUROPEUS    Furze/Gorse(eng)    

Goed in verzamelen, een ekster.

Ulex Europeus. De gaspeldoorn is een stekelige, altijdgroene struik of heester. Vrij zeldzame doornstruik tot 2 m., voorkomend op ruige terreinen met veel gras, vooral heide- en heuvelgebieden.

Langs de hele Atlantische kust van Europa. De heldergele, amandelgeurige bloemen komen uit vanaf februari, al bloeien ze het meest overvloedig in april en mei. Bloeit soms al in december/januari.

SLEEDOORN

Geen keuze, hoe vervelend ook, louterend.

Inheemse soorten Algemeen voorkomend

Sleedoorn    ( Prunus Spinosa) Blackthorn(eng)   is een algemeen voorkomende struik of boom uit de familie van de Rozen.

Sleedoorn, tekening paul hoftijzer

De Sleedoorn is een bladverliezende gedoornde struik of kleine boom. Inheems in Europa. Hoogte tot 6 m. Bloemen wit, maart/april, 1,2 cm. Vruchten van dezelfde grootte met een scherpe smaak. Bladeren klein met gepunte tanden. Twijgen met harde scherpe doorns.

Sleedoorn vormt stevige bosjes
sleedoorn-in-bloei

Net zoals alle prunussoorten hoort het bij de familie van de roosachtigen. Het is een echte insecten- en dan vooral bijentrekker. Geschikt om in de randzone van een grotere eettuin of een voedselbos te plaatsen. Ook als omheining kan men sleedoorn planten. De witte bloesem verschijnt voor het blad in maart/april en pas laat na de vorst kan men de bessen in november of december oogsten. Het zijn echt de zuurste pruimachtige vruchten die ik ken, maar jam en siroop ermee gemaakt smaakt overheerlijk.

sleedoorn-bessen

Het is een stijve, dichtbegroeide heester met lange doornen., die op termijn best hoog gaat uitgroeien. Bladeren: alternerend, ovaal.

Vruchten: kleine, ronde donkerblauwe bessen, licht bedauwd. De sleedoorn, ook bekend als sleepruim, is naar alle waarschijnlijkheid de voorouder van alle gekweekte pruimensoorten en is de wrangste en zuurste bes.

sleedoorn-bes

De beste tijd om ze te plukken is meteen na de eerste vorst, als de velletjes wat zachter zijn. Van de vruchten is een heldere gelei te maken. Ook zijn ze lekker in een pruimenbrandewijn. Door zijn stekels is het een goede plant voor een omheining, eventueel gecombineerd met meidoorn.

De sleedoorn is de waardplant voor de Sleedoornpage.

MEDISCH

Bloemen bevatten sporen van amygdaline, benzaldehyde, kamferolie, cumarine en quercetinglykoside. De Bessen: suiker, vitamine C, vruchtenzuren, pectine, kleurstoffen, amygdaline en tannine. (amygdaline is een stof die kanker voorkomt en bestrijdt. Er wordt op dit moment veel onderzoek naar gedaan!)

Voor thuisgebruik en verwerking van de vruchten kijk men voor recepten op natuur-keuken.nl

Wil men meer weten over sleedoorn in onze vrije natuur, kijkt men op wilde-planten.nl

SNEEUW-BES

Sneeuw-bes (Symphoricarpus Albus) is een niet inheemse struik, die hier en daar verwilderd in ons land groeit.

Deze struik is vanwege de witte bessen, die in de winter aan de dan kale takken blijven zitten, regelmatig als stinsenplant aangeplant. De plant wordt maximaal 1,5 m. hoog en is afkomstig uit Noord Amerika en groeit hier op bijna alle gronden. Maar van nature groeit het op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Door zijn groei verdringt het onderbegroeiing, dit is een van de redenen dat de plant vaak op landgoederen onder bomen en als randbegroeiing wordt toegepast. De plant vraagt daarbij weinig onderhoud, slechts een snoei in de winter.

In de Hortus van NIJMEGEN staat een kruising van de Sneeuwbes, waarschijnlijk omdat de plant wel vaak als stinsenplant is gebruikt. Of spontaan door een vrucht-etende vogel hier verspreid is, zoals Jan Janssen suggereerde. Wel zou ik deze kruising, die begin 20e eeuw uit Frankrijk stamt met lichtroodkleurige bessen(Symphoricarpus x Chenaultii = koraalbes) zelf in ons land in een beplanting nooit opnemen, juist omdat deze plant net als de gewone Sneeuwbes een natuurlijke onderbegroeiing tegenwerkt.

SNEEUWBES bloem in aar en de kenmerkende bessen

Het is een hommel- en bijenplant, waar deze insecten voedsel kunnen vinden. De plant bloeit met roze bloemen in een aar in juli/augustus. Het hoort bij de familie van de Kamperfoelie-achtige planten. De bessen zijn giftig, omdat ze saponinen bevatten.

SNEEUW-BAL WOLLIGE

De Wollige Sneeuwbal (Viburnum Lantana) is een oorspronkelijke struik van hier, die uit dezelfde familie komt als de Gelderse Roos, de Muskuskruidfamilie.

Het zijn best mooie heesters, die het vooral goed doen op humusrijke grond. De meestal vlakke witte bloemschermen ruiken erg lekker. De wollige sneeuwbal groeit aan de rand van bossen, in struwelen en in heggen, vooral op kalkhoudende grond. En kan wel 6 meter hoog worden.

De bladeren en eivormig en licht gerimpeld. De bloemen verschijnen mei-juni in vlakke schermen of tuilen van 6 tot 10 cm. groot. Ze ruiken naar vanille. De Wollige sneeuwbal vormt bessen in een soort trosje die eerst groen zijn en via rood uiteindelijk bijna zwart worden.

De wollige sneeuwbal is een waardplant voor verschillende micro-vlinders zoals sneeuwbalvouwmot, heksenmutskokermot en zuiderlijkerboogbladroller. Insecten bezoeken de plant als de bloemen bloeien. Vaak bloeit de wollige sneeuwbal in oktober nogmaals. Vogels eten de bessen , maar net als bij de Gelderse Roos uit dezelfde familie pas laat in het jaar, als alle andere bessen al opgegeten zijn.

Meer informatie over dit houtig gewas op wilde-planten.nl

MEDISCH

De plant bevat alpha en beta Amyrine, Oleanol- en Ursolzuur, Catechine, Epicatechine, 0,3 % etherische olie, Viburnine en Hars met diverse vetzuren.

Het werd medisch ingezet bij dreigende afdrijving, valse weeen, pijnlijke menstruatie en andere problemen bij de voorplantingsorganen. Dus nooit zonder arts gebruiken.

SPAR god dichtbij

Het was een van die mooie dagen, waarop de zonnewarmte tot diep in je kan doordringen.

Wij deden ons tegoed aan bramen, frambozen en bosbessen. Zo liepen wij verder van struik tot struik. Verzamelend genietend in de natuurlijke overvloed van moeder natuur. Het bosje met sparrenbomen wandelden wij eerst voorbij.

Zonder ze echt op te merken. Ineens voelden wij iets aan ons trekken. Duidelijk werden wij teruggeroepen. Ieder van ons ging terug en nestelde zich aan de voet van enorme bomen. De sparren staken wel meer dan een gewone boomlengte boven alle andere bomen uit. Zelfs boven de toch al zeer grote beuken en eiken van meer dan 150 jaar oud.

Met mijn rug tegen mijn boom, voelde ik mijn voeten diep moeder aarde ingetrokken worden. Mijn kruin (-chakra) schoot open naar de top van deze immense spar, in een open contact met het onnoembare. Het goddelijke dat alles verbindt en wat op alles op aarde te vinden is.

Deze directe lijn tussen moeder en vader liet mijn zweven tussen de drie werelden van bestaan. En tegelijkertijd bond het alles samen in een proces van komen, gaan en weer komen. Ik voelde mij met alles verbonden en zag ( of herinnerde mij) een deel van mijn pad in dit leven, als mens, als ouder, als elder zo je wilt.

Hoe lang wij bij deze bomen hebben gezeten, weten wij niet meer. Het voelde als een paar minuten. De schaduwen van de zon waren echter veel langer geworden, dus het zal zeker wel meer dan een uur zijn geweest.

Onze wandeling ging verder en weer was er een overvloed aan frambozen en bramen. In de sporen van de zon maakten wij onze rondwandeling af. De momenten van gloed en warmte liet de zon als cadeau voor ons achter.